Reglement

Het standwerkersreglement dateert uit 2009, nieuwe herzieningen worden middels een vergadering met alle leden gewijzigd en geupdate op deze pagina van onze site www.standwerker.com

1. De werkwijze van de standwerker dient er op gericht te zijn publiek rond zich te verzamelen en het verzamelde publiek aan te zetten tot aankoop van een artikel.

Standwerkers zijn te onderscheiden in:

A. Hoogwerker; de standwerker welke zijn verkoop pleegt te doen vanaf een verhoogd platform.

B. Laagwerker; de standwerker welke zijn verkoop pleegt te doen achter of voor een platform op gelijke hoogte met het publiek.

C. Zwemmer; de standwerker welke zijn waren rondom zich uitstalt op een verlaagd platform en telkens een ander artikel tracht aan te bieden aan het publiek.

2. Een standwerkers plaats heeft een oppervlakte van maximaal 10 m2 en een maximale overkapping van 5m1, waarvan maximaal 3-3,5 m1 gebruikt mag worden als verkoopruimte c.q. uitstalling. Buiten de toegestane verkoopbreedte mogen geen goederen aan of onder de overkapping geplaatst of gehangen worden. Ten behoeve van een standwerker, welke zijn verkoop pleegt te verrichten als hoogwerker of als zwemmer, dient een andere maatvoering van de standwerkerplaats gehanteerd te worden. Indien de ruimte dit toelaat.

3. Per 3 standwerkerplaatsen wordt niet meer dan 1 standwerker met hetzelfde artikel toegelaten. Indien door deze maatregel standwerkerplaatsen openblijven kan per marktdag bepaald worden dat dit aantal uitgebreid wordt naar 2. Per 125 m1 verkoopruimte op de markt wordt minimaal 1 standwerkerplaats ter beschikking gesteld.

4. Op markten met een totale verkoopruimte van 250 m2 of minder kan bepaald worden dat voor artikelen uit de food sector, waarvan het aantal plaatsen wat bepaald is door de brancheregeling in haar totaliteit bezet is, een beperking wordt opgelegd dat dit artikel slechts eenmaal per vierweken door een standwerker aangeboden mag worden.

5. Samen loten door standwerkers is mogelijk, met een maximum van 2, indien dit voor de loting aan de marktmeester is medegedeeld. Slechts de als eerste ingelote standwerker van het samenwerkende koppel kan een plaats verkrijgen. Beide standwerkers zijn echter aansprakelijk voor een juiste invulling van de standwerkerplaats. Beiden dienen ook de gehele dag daadwerkelijk als standwerker aanwezig te zijn.

6. Indien geconstateerd wordt dat een standwerker, welke deel heeft genomen aan de loting voor een standwerkerplaats en als zodanig een plaats is toegewezen, geen invulling geeft aan de gestelde regels m.b.t. de invulling van een standwerkerplaats, zal hem/haar schriftelijk medegedeeld worden dat de eerstkomende keer dat deelgenomen wordt aan de loting voor een standwerkerplaats, extra aandacht besteed zal worden aan zijn/haar werkwijze. Voorts zal aan personen waarvan onomstotelijk vaststaat dat zij niet als standwerker optreden schriftelijk te kennen gegeven worden dat zij gedurende een periode van 6 maanden uitgesloten zijn voor deelname aan de loting voor een standwerkerplaats.

7. Het gebruik van meet- en weegwerktuigen alsmede het gebruik van prijskaarten is op een standwerkerplaats ten strengste verboden.

8.In sommige gemeenten is het mogelijk om met meer dan 1 artikel uit te pakken en deze te verkopen, indien de gemeente dit handhaaft dient men er wel zorg voor te dragen dat het geen concurrentie zal zijn voor de bestaande ondernemers en dat wanneer een collega met één van de artikelen mee loot hij of zij deze niet op zijn klad als concurrentie zal verkopen. Je kunt ook in deze gemeenten met slechts één artikel in loten.

9. De gemeenten in Nederland zullen twee manieren van loten gebruiken, te weten de loting voor aanvang van de markt alsmede een eventuele telefonische loting op basis van het eventueel bij kunnen wonen van de loting op aanvraag door de deelnemer zelf. Het toewijzen van een plek door gemeenten is ook optioneel indien men ten alle tijden een aantal plekken ter beschikking houd voor de loters en men hierin een ieder een gelijke kans geeft op basis van toewijzing uitgezonderd de seizoensplek vergunningen.

Toelichting standwerkerreglement 2009.

Ad.1.

Hoewel de controle mogelijkheden niet altijd optimaal aanwezig zijn, kan in grote lijnen gesteld worden dat van een marktmeester verwacht mag worden dat de nodige inzicht aanwezig is om te bepalen of er sprake is van een vorm van standwerken. Hierbij kan als leidraad gelden dat een specifieke onderscheiding moet zijn tussen de werkwijze van de standwerker en de stille kramer.

Ad.2.

Door het hanteren van strakker regels t.a.v. de afmeting van een standwerkerplaats zal het voor de pseudostandwerker moeilijk, zo niet onmogelijk, worden zicht op de standwerkerplaats te handhaven. Het presenteren van uitzoekhandel zal hierdoor praktisch onmogelijk worden. T.b.v. hoogwerkers dient een grotere plaats ter beschikking te zijn, alsmede indien er duidelijk sprake is van een zwemmer.

Ad.3.

Door deze maatregel wordt voorkomen dat een te grote toestroom van dezelfde artikelen op de markt zal worden aangeboden door een standwerker, waardoor de aantrekkelijkheid van de markt bij het publiek af zal nemen. Voorts wordt bewerkstelligd dat er een harmonieuze verdeling is van vaste verkoopmeters en meters welke door een standwerker kunnen worden ingenomen.

Ad.4.

Indien er een sanering of branchering aanwezig is, kan het ongebreideld toelaten van branches uit de food sector leiden tot een wekelijks te groot aanbod van deze artikelen. Indien deze regel wordt opgenomen, dient 1 extra plaats aangewezen te worden waarvoor deze branches bij voorkeur op de aangegeven dag in aanmerking kunnen komen voor een plaats. Het is aan te bevelen om vooraf vast te stellen in welke week , welk artikel verkocht mag worden.

Bijvoorbeeld:

Week 1, 5, 9, 13 enz. artikelen uit de AGF sector.
Week 2, 6, 10, 14 enz. artikelen uit de vis sector.
Week 3, 7, 11, 15 enz. artikelen uit de zoetwaren sector.
Week 4, 8, 12, 16 enz. artikelen uit de zuivel sector.

Dit mag dus niet toegepast worden op de niet hierboven beschreven artikelen.

Ad.5.

In de praktijk is gebleken dat er behoeft is aan de mogelijkheid tot samenwerking van 2 standwerkers. Om te voorkomen dat de 2e loter uitsluitend mee loot om een plaats te vergaren voor de ander, dienen beiden aansprakelijk te zijn voor de goede invulling van de standwerkerplaats.

Ad.6.

Sinds de registratie van het CRK is komen te vervallen, is gebleken dat anderen dan zij die daadwerkelijk als standwerker optreden zich aanmelden voor een standwerkerplaats, hierbij kunnen ook aspecten van concurrentie een rol spelen. Deze maatregel zal de marktbeheerder in staat stellen om maatregelen te nemen tegen personen welke misbruik maken van een standwerkerplaats. Uiteraard dient ten alle tijden de mogelijkheid tot meelopen open te blijven.

Ad.7.

Gezien de nieuwe Europese regelgeving aangaande prijsaanduidingen is specifiek voor de beroepsgroep standwerkers een uitzonderingsmaatregel in het leven geroepen, waarbij zij niet de verplichting hebben de artikelen te moeten prijzen. Dit is juist gedaan omdat deze uitzonderingsmaatregel al in Nederland bestond, hierdoor wordt voorkomen dat standwerkers zich manifesteren als stille kramer.

Ad.8.

Deze regel is onder andere in uitvoering in grotere gemeente om ook de markten te voorzien waar veel allochtone bezoekers komen en om de kans van verkoop ook bij deze doelgroep enigzins te verhogen. Indien een gemeente dit niet wil is het slechts mogelijk om met één of een artikel uit te pakken en te demonstreren.